Lager veiligheidsrisico door afbouw gaswinning Groningen

Door de afbouw van de gaswinning in Groningen is de kans op aardbevingen afgenomen en daarmee ook het veiligheidsrisico voor gebouwen. Dat stelt het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) naar aanleiding van de jaarlijkse actualisering van de risicoanalyse van de gaswinning in Groningen. Ook concludeert het SodM dat de nieuwe risicoanalyse betere informatie bevat over individuele gebouwen. Dat leidt tot verschuivingen in de risicoprofielen van huizen in het aardbevingsgebied.

SodM lagere gaswinning

De jaarlijkse risicoanalyse (HRA) is uitgevoerd in aanloop naar het zogeheten vaststellingsbesluit waarmee minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat uiterlijk op 1 oktober moet bepalen hoeveel gas NAM het komende gasjaar kan winnen uit het Groningenveld. Daarnaast wordt de HRA op advies van de Mijnraad en SodM ook gebruikt voor de prioritering van de versterkingsopgave. Met de regio is eerder afgesproken dat de HRA daarvoor jaarlijks wordt geactualiseerd op basis van de nieuwste inzichten over de gaswinning, gebouweninformatie en kennis van de ondergrond. Eventuele gebouwen die nieuw in beeld komen, worden in overleg met de regio opgenomen in de planning voor opname en beoordeling.

Op basis van de nieuwe HRA stelt het SodM dat door de dalende gaswinning het totaal aantal gebouwen met een (licht) verhoogd risicoprofiel is afgenomen van circa 7200 naar circa 5500 gebouwen. Tegelijkertijd zorgen de verbeteringen in de gebouwendatabase voor verschuivingen. Van de circa 150.000 gebouwen die zijn geanalyseerd hebben ongeveer 5000 panden een lager risicoprofiel gekregen en ongeveer 3000 gebouwen een hoger risicoprofiel. Van deze laatste 3000 panden hebben een paar honderd gebouwen een verhoogd risicoprofiel. De rest heeft een licht verhoogd risico.

Gevolgen voor versterkingsoperatie

De nieuwe risicoanalyse heeft geen gevolgen voor huizen die al in de lopende versterkingsoperatie zitten. Regio en Rijk hebben eerder afgesproken dat alle huizen die eenmaal zijn opgenomen in de gemeentelijke versterkingsplannen hoe dan ook een opname en beoordeling krijgen. Dat geldt ook voor de panden die volgens de nieuwe HRA nu geen (licht) verhoogd risicoprofiel meer hebben.

Daarnaast is afgesproken dat huizen die nieuw in beeld komen in overleg tussen regio en Rijk worden opgenomen in de werkvoorraad voor opname en beoordeling. Minister Wiebes gaat nog voor de zomer in overleg met de regio over het opnemen van deze gebouwen in de prioritering voor opname en beoordeling. Het is nog onduidelijk om exact welke gebouwen het gaat. NCG gaat samen met het Rijk, provincie en gemeenten deze panden in kaart brengen. Ondertussen gaat NCG onverminderd verder met de uitvoering van het versterkingsprogramma conform de lokale plannen van aanpak. Ook wordt gewerkt aan het vergroten van de capaciteit om gebouwen te kunnen opnemen, beoordelen en versterken.

Het eerste oordeel van SodM op de risicoanalyse van 2019 is te downloaden op de website van SodM.