Is een gebouw niet aardbevingsbestendig? Dan bepalen de kosten en waarde van het gebouw welke oplossingen mogelijk zijn. Mogelijke oplossingen zijn: versterken, nieuw bouwen, herbouwen, maatmerk of kopen en slopen. Bij elke oplossing krijgt de eigenaar een gebouw dat beter bestand is tegen aardbevingen.

De informatie op deze pagina geldt voor gebouweigenaren waarmee het versterkingsadvies is besproken.

Kosten en waarde bepalen

Welke oplossing mogelijk is, hangt af van de investeringskosten, de marktwaarde en de herbouwwaarde van het gebouw. Twee taxateurs bepalen de marktwaarde en de herbouwwaarde.

Investeringskosten

De investeringskosten zijn de totale kosten voor versterking, inclusief kosten voor bijvoorbeeld tijdelijke huisvesting of verhuizing.

Marktwaarde

De marktwaarde is de waarde van het gebouw op de huizenmarkt zonder de waarde van de grond waarop het gebouw staat.

Herbouwwaarde

De herbouwwaarde is het totaal aan kosten om het huidige gebouw te slopen en een gelijkwaardig en aardbevingsbestendig gebouw te herbouwen.

Oplossingen

Hieronder staat welke oplossingen mogelijk zijn.


Versterken

De investeringskosten worden gebruikt om het gebouw aan te passen, zodat deze beter bestand is tegen aardbevingen. In het versterkingsadvies staan de maatregelen die hiervoor nodig zijn.

Voorwaarde: De investeringskosten zijn niet hoger dan 150% van de marktwaarde
 

Nieuw bouwen of versterken

Soms is het mogelijk om de investeringskosten te gebruiken om het gebouw te slopen en een nieuw gebouw te bouwen. Met de eigenaar wordt gekeken wat met het beschikbare geld mogelijk is. Het nieuwe gebouw is niet gelijkwaardig aan het gebouw wat er nu staat. Het kan bijvoorbeeld kleiner zijn, een andere indeling hebben of met andere materialen zijn gebouwd. Wil de eigenaar geen nieuwbouw? Dan is versterken van het huidige gebouw ook mogelijk.

Voorwaarde: De investeringskosten zijn hoger dan 150% van de marktwaarde en lager dan 100% van de herbouwwaarde.
Beschikbaar bedrag bij nieuwbouw: Investeringskosten
 

Herbouwen of versterken

Met het beschikbare bedrag wordt het gebouw gesloopt en krijgt de eigenaar een nieuw gebouw. Het nieuwe gebouw is gelijkwaardig aan het gebouw wat er nu staat. Het kan qua inhoud, functionaliteit en afwerking gelijk zijn aan het huidige gebouw. De eigenaar kan ook kiezen voor een ander ontwerp. Wilt de eigenaar niet herbouwen? Dan is versterken van het huidige gebouw ook mogelijk.

Voorwaarde: De investeringskosten zijn hoger dan 150% van de marktwaarde en tussen de 100% en 150% van de herbouwwaarde.
Beschikbaar bedrag bij nieuwbouw: Herbouwwaarde
 

Maatwerk

Samen met de eigenaar kijkt NCG welke oplossingen mogelijk zijn met het beschikbare bedrag. Dit kunnen bijvoorbeeld andere versterkingsmaatregelen zijn dan in het versterkingsadvies staan of herbouw van het gebouw. Uitgangspunt blijft uiteraard een aardbevingsbestendig gebouw.

Voorwaarde: De investeringskosten zijn hoger dan 150% van de marktwaarde en tussen de 100% en 150% van de herbouwwaarde.
Beschikbaar bedrag bij nieuwbouw: Maximaal 150% van de herbouwwaarde
 

Kopen en slopen

Het slopen van een gebouw zonder een nieuw gebouw terug te bouwen heeft gevolgen voor het aangezicht van de straat en de leefbaarheid. Daarom zijn er drie voorwaarden:

  • De investeringskosten zijn hoger dan 150% van de marktwaarde.
  • De gemeente gaat akkoord met de sloop van het gebouw.
  • De eigenaar verhuist naar een aardbevingsbestendig gebouw binnen het aardbevingsgebied. Of naar een gebouw buiten het aardbevingsgebied.

Beschikbaar bedrag voor kopen en slopen: Marktwaarde van het gebouw inclusief de grond

De eigenaar beslist

De eigenaar van het gebouw beslist altijd wat er met het gebouw gebeurt. Voor eigenaren van rijwoningen, twee-onder-een kapwoningen en meerlaagse bouw gebeurt dit in overleg met de buren.

Bijzondere gebouwen

Deze informatie geldt niet voor bijzondere gebouwen. Voor monumenten, karakteristieke en beeldbepalende panden zijn speciale afspraken gemaakt. Zie daarvoor de pagina inspecteren en versterken van bijzondere gebouwen.