Uw woning wordt niet of minder zwaar versterkt dan u dacht. Hoe zit dat?

Misschien weet u al een aantal jaren dat uw woning in de versterkingsopgave zit: u woont in het aardbevingsgebied en uw huis is mogelijk onveilig. Maar nu blijkt uit de beoordeling van uw woning dat uw huis voldoet aan de landelijke veiligheidsnorm. Of dat het veel minder zwaar versterkt hoeft te worden dan u dacht. Misschien kent u iemand met een woning die op uw woning lijkt en is die woning eerder en anders beoordeeld dan uw huis. Hoe zit dat? We leggen het hier uit.

Welke gebouwen onderzoekt NCG?

In het aardbevingsgebied wordt elk jaar ​​​berekend welke kans een gebouw heeft om niet te voldoen aan de landelijke veiligheidsnorm. Dit gebeurt met een computermodel. Sinds 2021 maakt het onafhankelijke onderzoeksinstituut TNO deze berekening. Bij die berekening wordt rekening gehouden met de sterkte van de beweging van de grond tijdens een aardbeving. En met de eigenschappen van het gebouw. Nationaal Coördinator Groningen (NCG) onderzoekt alle adressen die volgens de berekening – vanwege de aardbevingen – mogelijk niet voldoen aan de veiligheidsnorm.

Landelijke veiligheidsnorm

De landelijke veiligheidsnorm is voor elk gebouw in Nederland hetzelfde. Mensen moeten veilig kunnen wonen en werken achter een dijk, maar ook bij een industrieterrein en in het aardbevingsgebied. Deze norm is in de afgelopen jaren niet veranderd. In het aardbevingsgebied betekent de veiligheidsnorm onder andere dat een bewoner bij een (zware) aardbeving een gebouw op tijd en veilig moet kunnen verlaten.

NCG onderzoekt sinds 2016 of de gebouwen in het aardbevingsgebied voldoen aan de landelijke veiligheidsnorm. Is dat zo, dan is een gebouw op norm. Het gebouw hoeft dan niet versterkt te worden. Voldoet een gebouw niet aan de veiligheidsnorm, dan zijn versterkingsmaatregelen nodig.

Norm is hetzelfde | omstandigheden zijn anders

Het komt voor dat uw huis voldoet aan de landelijke veiligheidsnorm. En dat een huis dat op uw huis lijkt, maar dat eerder werd beoordeeld niet voldoet aan die norm. Of dat uw huis minder zwaar versterkt hoeft te worden dan een huis dat op uw huis lijkt. Hoe kan dat? Dat heeft twee redenen:
 

  1. Er is meer kennis over aardbevingsbestendig bouwen
    Bij de start van de versterkingsopgave in 2016 was er in Nederland weinig bekend over de ondergrond in Groningen. Ook wisten we niet hoe gebouwen reageren op aardbevingen. Nu hebben we meer kennis van aardbevingsbestendig bouwen. En we hebben meer  ervaring met aardbevingsbestendig bouwen. Bijvoorbeeld door: 
  • bodemonderzoek te doen in Groningen;
  • kennis en ervaring uit het buitenland te halen, zoals uit Italië; 
  • verschillende proefprojecten, zoals Heft in Eigen Hand

    Daardoor weten we steeds beter of een woning veilig is. En als dat niet zo is: hoe we ervoor kunnen zorgen dat een woning veilig wordt. In het begin namen we vaak het zekere voor het onzekere en kozen we voor sloop en nieuwbouw of voor zware versterkingsmaatregelen. Nu weten we – ook doordat de gaswinning minder wordt – dat dat meestal niet nodig is.
  1. De gaswinning is de afgelopen jaren gedaald en op 19 april 2024 definitief gestopt
    De gaswinning uit het Groningenveld is op 19 april 2024 definitief gestopt. De laatste elf productielocaties worden nu definitief gesloten. Het KNMI, het Staatstoezicht op de Mijnen en TNO verwachten dat het stoppen van de gaswinning zorgt voor minder aardbevingen. En voor minder zware aardbevingen. De grond zal dus minder bewegen tijdens een aardbeving, waardoor uw woning minder risico loopt. Uw woning voldoet daardoor eerder aan de veiligheidsnorm dan in het verleden. Dit betekent niet dat er helemaal geen bevingen meer zullen zijn na de sluiting van het Groningenveld. Door de jarenlange gaswinning zijn er drukverschillen in de Groninger bodem ontstaan. Die drukverschillen zorgen nog een aantal jaren voor bevingen in Groningen.

De jarenlange gaswinning heeft voor drukverschillen gezorgd in het Groningen-gasveld. Zo is de druk rondom Loppersum waar de winning al enige tijd gestopt is, relatief hoog. In het zuiden van het gasveld is de druk lager. Deze druk is zich nu aan het vereffenen. Het aardgas stroomt van plekken met een hoge druk naar plekken met een lage druk. Ook dit proces veroorzaakt spanningen op breuken in de diepe ondergrond, die tot bevingen kunnen leiden. De bevingen die nu plaatsvinden worden veroorzaakt door deze drukvereffening. Pas als die druk overal gelijk is, zijn er geen aardbevingen meer. Daarom gaan de aardbevingen nog door. De kans op een zware beving en het aantal bevingen neemt naar verwachting wel af, en stopt op een gegeven moment helemaal. Hoelang dit duurt, is onbekend.

– Staatstoezicht op de Mijnen –

Samengevat: geen of minder intensieve versterkingsmaatregelen nodig?

De opdracht van NCG is te onderzoeken of een huis voldoet aan de landelijke veiligheidsnorm. Is dat niet het geval? Dan moet het versterkt worden.

Bij de start van de versterkingsopgave in 2016 was de kans op zware aardbevingen groter dan tegenwoordig. Een aardbeving bracht meer risico met zich mee dan nu het geval is. Een gebouw voldoet daardoor tegenwoordig eerder aan de veiligheidsnorm en hoeft daarom niet of minder zwaar versterkt te worden.

In 2016 was er minder kennis van aardbevingsbestendig bouwen dan tegenwoordig. Veiligheid stond en staat voorop: er werd gekozen voor zware versterkingsmaatregelen. Nu weten we beter hoe we voor veiligheid kunnen zorgen als er een aardbeving is. We kunnen gerichter versterken: met minder zware maatregelen zorgen we toch voor veiligheid. 
 

Laatste update: 20-04-2024