Vorig jaar vertelden Tessa en Mirthe hoe ze afscheid namen van hun huis in Ten Post. Voordat ze naar hun wisselwoning moesten, schreven ze nog één laatste boodschap op de muur: Doei huis. Ze dachten dat ze daarna hooguit anderhalf jaar in een wisselwoning zouden wonen. 

Tessa en Mirthe

Een jaar later zitten de zussen op een warme zomerdag voor diezelfde tijdelijke woning. Fris en koekjes staan op tafel. Bij de voordeur liggen hond Joep en kat Turbo. 

Ze dachten dat ze inmiddels alweer thuis zouden zijn. Maar de planning schoof steeds verder op. Hun huis is gesloopt en wordt opnieuw opgebouwd, maar het is nog niet klaar. De terugkeer laat daardoor langer op zich wachten dan ze hadden gehoopt. Hierdoor wonen ze nu al bijna drie jaar in de wisselwoning. Lang genoeg om te merken dat hun oude huis steeds minder scherp in hun herinnering wordt. 

‘Je vergeet eigenlijk hoe je oude huis eruitzag’ 

Is dat vreemd? Tessa denkt even na. ‘Ja… soms moet ik er echt over nadenken hoe het eruitzag.’ Dat hadden ze niet verwacht. En voelt deze plek dan nu als thuis? Mirthe twijfelt. ‘Een beetje.’ Tessa is duidelijker. ‘Nee… niet echt.’ Ze willen vooral weer terug. 

Het leven gaat ondertussen gewoon door. Tessa zit inmiddels op de middelbare school en voetbalt in een meidenteam in Schildwolde. Mirthe gaat na de zomervakantie naar groep 8 en turnt nog altijd fanatiek. In haar kamer staat een uitklapbare turnbalk. Op de muur zitten strepen van het oefenen. 

‘Alles is kleiner’ 

Het gezin wilde destijds graag in Ten Post blijven wonen. De meiden bleven op dezelfde school en hielden hun vrienden. Toch veranderde er veel. Wat merken ze elke dag van het wonen hier? ‘Alles is kleiner’, zegt Tessa. ‘Je moet veel beter nadenken waar je je spullen laat. Dat gevoel hadden ze vorig jaar al, toen Tessa Mirthe haar kamer nog een ‘bezemkast’ noemde en Tessa zei dat het niet helemaal als haar eigen plek voelde. Dat is niet veranderd, al hebben ze er wel iets van gemaakt. 

Mirthe heeft haar kamer opnieuw ingericht. Waar eerst haar bed stond, staat nu een hoogslaper. Daardoor is er onder het bed ruimte ontstaan. Daar hangen posters van Suzan & Freek en er staat een klein bankje met een tafeltje. ‘Zo heb ik toch een beetje mijn eigen hoekje’, zegt ze. 

Tessa kreeg daardoor een groter bed. Het bed van Mirthe staat nu bij haar in de kamer, waardoor ze een tweepersoonsbed heeft. Ook zij heeft haar kamer gezelliger gemaakt met persoonlijke spullen, al voelt het nog steeds anders dan thuis. 

Tessa en Mirthe

‘Vroeger liep ik gewoon naar buiten’ 

Wat Mirthe het meest mist, is niet haar kamer of haar spullen. ‘Mijn buurjongen’, zegt ze. Hoe was dat vroeger? Dan liep ik gewoon naar buiten en gingen we spelen. Nu moet je afspreken.’ Dat verschil lijkt klein, maar voelt groot. 

Een buurt die steeds meer samen leeft 

De wijk met tijdelijke woningen is in de afgelopen jaren uitgegroeid tot een eigen buurt, waar veel samen gebeurt. Tussen de huizen ligt een grote speeltuin met een kabelbaan, voetbaldoeltjes en een klimrek. Op warme dagen verandert het grasveld in een waterplek met sproeiers en tuinslangen. 

‘Er zijn ook pizza-avonden’, zegt Tessa. ‘En soms kijken we met z’n allen voetbal.’ Omdat iedereen in dezelfde situatie zit, ontstaat er vanzelf contact. De buurt voelt daardoor anders dan een gewone straat. Toch zijn veel gezinnen die tegelijk verhuisden inmiddels alweer terug in hun nieuwe huis. ‘En wij zitten hier nog.’ 

Wachten 

Dat wachten is misschien wel het lastigst. Niet alleen omdat het lang duurt, maar vooral omdat het steeds opschuift. Hun oude huis stond lang leeg voordat er iets gebeurde. ‘Dat was misschien wel het moeilijkst’, zegt Tessa. ‘We waren al verhuisd, maar er gebeurde gewoon niks.’ Nu is dat anders. Iedere keer als ze langsrijden, staat er weer iets nieuws. Toch is er opnieuw vertraging door het wachten op de levering van de juiste bakstenen. Hopelijk kunnen ze in het najaar terugverhuizen. 

Straks weer ruimte 

Wat ze straks misschien wel het meest terugkrijgen, is ruimte. Kleding wordt per seizoen opgeborgen. Een bijkeuken ontbreekt. En veel spullen staan in opslag. ‘Vroeger dacht je daar niet over na’, zegt Tessa. ‘Straks is dat allemaal weer normaal.’ Ook de temperatuur is anders in de wisselwoning. Boven is het vaak warm. ‘Dat is wel anders dan thuis’, zegt Tessa.  

Tips voor anderen 

Hebben ze nog tips voor andere kinderen die ook zo lang in een wisselwoning wonen? ‘Je kamer leuk maken helpt wel’, zegt Mirthe meteen. ‘Dan lijkt het toch een beetje op je eigen kamer.’ Tessa denkt ook aan spullen. ‘Goed nadenken over wat je meeneemt’, zegt ze. ‘De rest kun je beter opslaan. Je hebt niet alles nodig.’ 

‘Daar komt mijn kamer’ 

Aan het einde van het gesprek rijden we nog even langs het nieuwe huis. Het staat helemaal in de steigers. Toch weten ze precies waar alles komt. Mirthe wijst naar boven. ‘Daar komt mijn slaapkamer. Ik krijg drie ramen.’ Tessa kijkt naar de tuin. ‘Daar kunnen we gaan voetballen.’ ‘En turnen natuurlijk’, zegt Mirthe erachteraan. 

Het wachten is nog niet voorbij, maar stap voor stap wordt zichtbaar waar ze straks weer thuiskomen.