In Leermens wonen John en Dagmar met hun twee honden in een biobased woning. Dat is een huis gebouwd met natuurlijke materialen. Ze hebben een grote tuin op een rustige plek. Op een stralende dag vertellen ze hun verhaal. De versterking van hun woning werd meer dan een bouwproces: het werd het begin van een bijzonder avontuur.
Wonen met vertrouwen
Sinds 2017 wonen John en Dagmar op deze plek. ‘In mei zitten we hier negen jaar’, vertellen ze. In die tijd groeide de woning uit tot een plek waar ze zich echt thuis voelen. Dat ze in het aardbevingsgebied wonen, was vanaf het begin duidelijk. ‘Je weet waar je gaat wonen. Dus je weet ook: er kan iets gebeuren.’ Toch hebben ze dat nooit eng gevonden. ‘We hebben ons hier geen moment onveilig gevoeld.’
Die rustige houding hielp tijdens de versterking. Waar anderen stress ervaren, bleven zij kalm. ‘Op een gegeven moment valt er een brief op de mat dat je woning versterkt moet worden. Toen dachten we: we laten het op ons afkomen.’
John en Dagmar voor hun woning
Een bijzonder uitgangspunt: een biobased woning
Hun woning is niet standaard. Al vóór de versterking was de woning duurzaam en biobased, met lemen muren en lijnolieverf. ‘Voor ons was het heel duidelijk: alles wat biobased was, moest ook biobased terugkomen. Daar viel niet over te onderhandelen.’ Ze merkten dat dit extra werk kostte. ‘Als je het niet benoemt, wordt er al snel gekozen voor standaardoplossingen. Dus we hebben het bij elk overleg opnieuw aangegeven.’ Zo vroegen ze bijvoorbeeld of er een leemstucadoor beschikbaar was. ‘Dat soort vakmensen moet je op tijd regelen. Dus dat wilden we zeker weten voordat het werk begon.’
Het plan: meedenken en scherp blijven
Voor de uitvoering begon, zaten John en Dagmar regelmatig met betrokkenen aan tafel. Niet alles werd in die fase goed vastgelegd. ‘Dan merk je hoe belangrijk het is om dingen zwart-op-wit te hebben.’ Daarom gingen ze daar zelf strakker op sturen. ‘We hebben gezegd: we willen dit punt in het plan terugzien. Punt. Dan is het voor iedereen duidelijk.’
Tegelijk probeerden ze niet overal moeilijk over te doen. ‘Als je op alles gaat letten, duurt het alleen maar langer.’ Zo zochten ze een middenweg tussen duidelijk zijn en meebewegen.
John en Dagmar voor hun woning in Leermens
Samenwerken in de praktijk
In Leermens werkte de dorpsaannemer aan hun woning. Dat zorgde voor korte lijnen. ‘Ze dachten echt met ons mee en wij ook met hen.’ Een voorbeeld was de keuken. Volgens het plan moest een hele muur worden aangepakt. Daardoor zou ook de hele keuken eruit moeten. ‘Dat was eigenlijk niet nodig. Dus we hebben samen gekeken: kan het ook anders?’ Dat kon. Zo bleef de keuken staan en werd er minder gesloopt.
Door zo samen te werken kwamen ze soms tot een eenvoudiger oplossing. ‘Als je samen kijkt wat echt nodig is, wordt het vaak beter en makkelijker.’
Contact en afstemming
Hoewel de samenwerking goed was, zien John en Dagmar communicatie als een belangrijk aandachtspunt. ‘Contact via meerdere mensen werkt niet altijd handig. In het begin liep alles via de bewonersbegeleider, maar je merkt dat informatie dan soms anders overkomt.’ Toen ze rechtstreeks contact kregen met de uitvoerder, werd het makkelijker. ‘Dan kun je snel schakelen. Even bellen of een appje sturen en het is geregeld.’
Geen wisselwoning, maar de camper in
Een van de meest opvallende keuzes die ze maakten, was om geen gebruik te maken van een tijdelijke woning. Een andere optie bleek eigenlijk heel aantrekkelijk. ‘We kwamen erachter dat je ook een vergoeding kunt krijgen. Toen ontstond het idee: wat als we gaan reizen?’ Ze huurden een camper en vertrokken voor een reis van vijftien weken, waarvan negen weken echt onderweg.
‘We zijn door de Balkan gereisd, tot bijna aan Griekenland. Echt een prachtige ervaring.’ De combinatie van versterken en reizen voelde goed. ‘Het werd een win-winsituatie. Onze woning werd aangepakt en wij hadden de reis van ons leven.’
Grip houden op afstand
Tijdens hun reis hielden John en Dagmar op afstand contact over de voortgang. Dat ging niet altijd vanzelf. ‘We hadden afgesproken dat we updates en foto’s zouden krijgen, maar dat gebeurde beperkt.’ Gelukkig hielp een buurman mee. Die hield een oogje in het zeil en stuurde af en toe foto’s. ‘Zo konden we toch een beetje meekijken.’
Toen ze weer terug waren in Nederland, konden ze meer sturen en dingen aanpassen. ‘Toen zaten we er weer bovenop en konden we bijvoorbeeld voorkomen dat er verkeerde verf werd gebruikt.’
Het resultaat: vakwerk en oog voor detail
Uiteindelijk is het stel erg tevreden met het eindresultaat. ‘De leemstucadoor heeft fantastisch werk geleverd, de timmerlui hebben vakwerk gedaan en de schilder heeft een strak resultaat neergezet.’ Wat ze ook waarderen, is dat er soms nét iets extra’s werd gedaan. ‘Sommige dingen werden gewoon even meegenomen, ook al hoefde dat niet per se. Dat is gewoon netjes.’
Vertrouwen als basis
Het belangrijkste dat ze leerden, is vertrouwen. ‘Zonder vertrouwen in de mensen die het werk doen, moet je er niet aan beginnen.’ Dat betekent niet dat je alles zomaar moet accepteren. ‘Blijf kritisch, stel vragen. Maar kies wel waar je je energie in stopt.’ Volgens hen helpt het om niet op elk detail te blijven hangen. ‘Dan ben je uiteindelijk vooral jezelf aan het tegenwerken.’
De camper tijdens hun reis
Tips voor andere bewoners
Voor bewoners die nog aan het begin van het traject staan, hebben John en Dagmar een duidelijke boodschap. Sta open in het traject. ‘Hoe flexibeler je bent, hoe makkelijker het loopt. Blijf wel benoemen wat voor jou belangrijk is, anders wordt het misschien niet uitgevoerd zoals je dat graag wilt.’
Tot slot geven ze mee om het leven niet stil te zetten tijdens het traject. ‘Ga niet alles uitstellen tot na de versterking. Maak je woning alvast zoals jij het wilt. Je woont er nu, dus leef er ook nu.’
Terugkijken op twee avonturen
Voor John en Dagmar horen de versterking en hun reis bij elkaar. Hun woning voelt weer vertrouwd, soms zelfs nieuw. ‘En wij hebben ondertussen herinneringen gemaakt die we anders nooit hadden gehad.’ Met een glimlach kijken ze vooruit. ‘Deze reis smaakt naar meer. Dus wie weet wat er nog komt.’