Fase 3: Beoordeling

Een ingenieursbureau bestudeert alle gegevens die in de opnamefase zijn verzameld. Op basis van die gegevens beoordeelt het bureau of een pand veilig genoeg is bij een aardbeving of niet (op norm of niet). 
Is een gebouw niet op norm? Dan zijn er verschillende mogelijkheden. De deskundigen adviseren welke versterkingsmaatregelen nodig zijn om ervoor te zorgen dat een gebouw veilig is. Deze maatregelen zetten ze in een versterkingsadvies. 

NCG checkt de beoordeling (wel/niet op norm en eventueel het versterkingsadvies). Accepteert NCG de beoordeling, dan stellen we een normbesluit op. Het opstellen van het normbesluit gebeurt een aantal maanden na het uitvoeren van de opname. 

In het aardbevingsgebied betekent 'veilig' dat iedereen genoeg tijd moet hebben om een gebouw bij een zware aardbeving veilig uit te komen. Is een gebouw veilig, dan is het 'op norm'. Is het niet veilig genoeg, dan is het 'niet op norm'.

Beoordeling: op norm

Is een gebouw op norm, dan voldoet het aan de veiligheidsnorm en hoeft het niet versterkt te worden. Dit staat ook in het normbesluit. Het normbesluit delen en bespreken we met de eigenaar. Daarna stellen we het vast en ronden we het versterkingstraject af. 

Beoordeling: niet op norm

Is een gebouw niet op norm? Dan geeft het ingenieursbureau ook aan welke versterkingsmaatregelen nodig zijn om ervoor te zorgen dat een gebouw veilig is. Dit is het versterkingsadvies. Het normbesluit en het versterkingsadvies deelt en bespreekt NCG met de eigenaar. Daarna stellen we het vast. In dit geval is de volgende fase de planvorming.

De eigenaar van een gebouw beslist altijd wat er met het gebouw gebeurt. Voor eigenaren van rijwoningen, twee-onder-een kapwoningen en meerlaagse bouw gebeurt dit in overleg met de buren.

NB.  Het beoordelen van de gegevens uit de opname gebeurt niet altijd direct. Zo is het onder meer afhankelijk van de capaciteit van de ingenieursbureaus hoeveel adressen tegelijkertijd opgepakt kunnen worden.